Belangrijkste ontwikkelingen vanuit de paragrafen

Lokale heffingen

Bij de vergelijking van de belastingdruk per huishouden (bruto-woonlasten) van Houten met de andere gemeenten uit de provincie Utrecht neemt Houten in 2017 evenals in 2016 de 7e plaats in. Daarbij is de 1e plaats voor de goedkoopste gemeente van de 26 Utrechtse gemeenten. De calculatie voor de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens (mphh) die Coelo hanteert, resulteert voor Houten in een bedrag van € 687 en landelijk een 100e plaats (in 2016 positie 92).

Weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waaruit tegenvallers kunnen worden bekostigd zonder dat de begroting en het beleid (direct) aangepast hoeven te worden.

                                                                                            x € 1.000

Weerstandscapaciteit

1-1-2017

31-12-2017

1-1-2018

Vrij deel algemene reserve

-Provinciale norm

2.464

2.480

2.480

-Boven provinciale norm

186

170

170

Stand reserve per 1 januari

2.650

2.650

2.650

Onbenutte belastingcapaciteit

550

0

1.220

Stelpost onvoorzien

61

0

61

Totaal

3.261

2.650

3.931

In bovenstaande tabel is de omvang van de weerstandscapaciteit weergegeven, waarbij is gerekend met het vrije deel van de algemene reserve. Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve bedraagt op 31 december 2017 € 2.650 miljoen. Het jaarrekeningresultaat 2016 is in 2017 na besluitvorming over de Jaarstukken 2016 niet aan deze vrije algemene reserve toegevoegd.

Conform eerdere besluitvorming is dat resultaat toegevoegd aan de bestemmingsreserve economische crisis. De provinciale minimumnorm voor de algemene reserve bedraagt ultimo 2017 € 2.480 miljoen (€ 50 gebaseerd op 49.581 inwoners). Binnen de grondexploitatie wordt een eigen weerstandsvermogen aangehouden.

Ultimo 2017 is geen sprake meer van een onbenutte belastingcapaciteit omdat aanpassing van belastingtarieven niet meer mogelijk is voor dat jaar. In de begroting 2018 is een geactualiseerde prognose van de onbenutte belastingcapaciteit met peildatum 1-1- 2018 weergegeven (€ 1.220.000). De risico's die in de begroting 2017 zijn benoemd hebben zich voor het overgrote deel in 2017 niet voorgedaan. Hierdoor heeft dit geen gevolgen gehad voor de weerstandscapaciteit in 2017.

Financiering

Houten heeft in 2017 de renterisiconorm overschreden (risico met betrekking tot herfinanciering en renteherziening). Daarnaast is ook in drie kwartalen de kasgeldlimiet overschreden (limiet voor de financiering met kort geld). Reden hiervoor is de achterblijvende grondverkopen in 2017 terwijl de uitgaven daaromtrent wel doorliepen. Vanwege de lage rente is de financieringsbehoefte in 2017 zoveel mogelijk met kasgeld gefinancierd. In totaal is € 30 miljoen aan vaste leningen aangetrokken waarvan € 20 miljoen ten behoeve van het grondbedrijf. In het 4e kwartaal bleven we binnen de kasgeldlimiet. De achterblijvende grondverkopen leidden tot een negatief EMU-saldo waardoor Houten in 2017 landelijk negatief bijdraagt aan het EMU-saldo. Tevens steeg de schuldpositie ten opzichte van 2016.
Met ingang van 2017 dient conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) inzicht gegeven te worden in de reële omslagrente in de begroting en jaarrekening. De nacalculatorische omslagrente komt in 2017 afgerond uit op 2% (begroot 2,5%) en wordt op zowel de uitgaven- als de inkomstenkant van de rekening toegepast.
Met betrekking tot de wet schatkistbankieren heeft Houten de gemiddelde drempelwaarde van € 0,8 miljoen in 2017 niet overschreden.

Bedrijfsvoering

In september 2017 heeft de raad besloten om de voorbereidingen voor het aangaan van een ambtelijke fusie met de gemeente Wijk bij Duurstede te beëindigen. De noodzaak om te investeren en de organisatie structureel te versterken is daarmee nog wel onverminderd aan de orde. Het college heeft daarom, direct na het raadsbesluit in september 2017, de gemeentesecretaris twee opdrachten gegeven:
- Uitwerken hoe de (formatieve) versterking van de organisatie op eigen kracht én structureel tot stand kan worden gebracht, zodat kwetsbaarheid kan worden verminderd en het strategisch vermogen wordt versterkt;
- Uitwerken met welke focus én op welke wijze met hernieuwde inzet in de komende jaren (2018-2022) gewerkt wordt aan de (door)ontwikkeling van de organisatie.

Op beide collegeopdrachten wordt in de paragraaf Bedrijfsvoering op hoofdlijnen ingegaan. Onderdeel van de focus op organisatieontwikkeling is ook de invulling van de informatiefunctie.

De stand van de bestemmingsreserve Organisatieontwikkeling bedraagt per 31 december 2017
€ 1,3 miljoen. De bestemmingsreserve organisatieontwikkeling is ingezet om het flankerend beleid in 2017 te kunnen voortzetten. Dit betekent dat we voor- en nadelen op beïnvloedbare formatie- en loonsom-gerelateerde budgetten hebben verrekend met deze reserve. Hierdoor wordt het jaarrekeningresultaat niet beïnvloed door fluctuaties in formatie- en loonsom gerelateerde budgetten. Deze incidentele voor- en nadelen zijn conform het vastgesteld financieel kader verrekend met de bestemmingsreserve organisatie-ontwikkeling en ingezet om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen.
De mutaties en de stand per 31 december 2017 zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Prognose bestemmingsreserve organisatieontwikkeling

x € 1.000

Stand per 1 januari 2017

1.700

Mutaties 2017:

Onttrekkingen
-     saldi personeelsmutaties 2017
Toevoegingen
-     gewijzigde fasering projectmatige inzet

-.450

19

Stand per 31 december 2017

1.269

  • Restant impulsbudget 2017:

€ 0,28 miljoen (verplichtingen aangegaan in 2017 en 2018)

  • Overlopende posten:

€ 0,13 miljoen (kosten betaald in 2017)

  • Flankerend personeelsbeleid:

€ 0,86 miljoen (voor € 0,41 miljoen verplichtingen aangegaan per 1 januari 2018. Resterende € 0,45 miljoen noodzakelijk voor 2018)